Renee Olsthoorn
Menu

Bed of roses

Renée Olsthoorn

Stadsgids tegen wil en dank

 

Rondvaart met De Ooievaart

Enkele jaren lang ben ik slachtoffer geweest van een gemoedstoestand die ik nooit eerder had beleefd, maar die in de psychiatrie zou kunnen worden omschreven als obsessief-compulsief… En deze ‘geestesgesteldheid’ – waaraan ik zelf nog ‘puberaal’ zou willen toevoegen – zou maar liefst zes jaar duren.

Ho, wacht, laat ik u meteen geruststellen, beste lezer. Mijn gedrag was dermate goedaardig, dermate onschuldig van karakter dat men mij nooit gekneveld in dwangbuis en schuimbekkend tussen twee broeders in uit huis heeft hoeven wegslepen. Niemand ondervond er hinder van. Hoewel… op drie personen na, gebiedt de eerlijkheid mij te zeggen. Man, dochter en zoon begonnen zich op een gegeven moment werkelijk af te vragen of ik niet écht een klap van de molenwiek te pakken had. Zij vonden mijn obsessie aanvankelijk irritant, later ietwat zorgelijk.

Wat gebeurde er dan in dat jaar? vraagt u zich misschien af.Welnu, ik raakte volledig in de ban van een bóék. En dat bewuste boek liet me geen moment van de dag meer met rust of, liever gezegd, ik liet dat boek niet met rust; niet tijdens mijn werk, niet tijdens pauzes, zelfs niet tijdens het avondeten, niet in mijn dromen… Ik verslond het steeds weer, kon er fragmenten letterlijk uit citeren – deed dat dan ook te pas en te onpas – had er diverse exemplaren van en zorgde dat er altijd een binnen bereik was: op het toilet, in de badkamer, onder mijn kussen, in de handtas…

Maar daar bleef het niet bij...

Ongerust als ik zelf een beetje werd over deze buitensporige vorm van idolatrie, begon ik gejaagd het internet af te stropen naar geestverwanten – of collega `nuts’, zo u wilt. En wie schetste mijn verbazing? Ik trof daar ettelijke honderden, nee, een paar duizend mensen aan, overwegend vrouwen, van Honolulu tot Lutjebroek, die minstens zo geobsedeerd waren als ik! Fans die bijeenkwamen in diverse fora om naar hartenlust over hun obsessie te kunnen discussiëren, ruzie te kunnen maken over interpretaties en te kunnen bekvechten over de al dan niet getrouwheid van bioscoop- en/of tv-bewerkingen. En dat alles zonder dat ongeïnteresseerde – lees: verveelde – familieleden en vrienden er aanstoot aan namen.

Enfin, van het een kwam het ander, en binnen no time werd ik een habituee in een internationale cyberstamkroeg van geobsedeerde fans, van wie een aantal – een behoorlijk groot aantal – zelfs zo ver ging een bewerking van, dan wel een vervolg op het bewuste boek te schrijven. Zo ook ondergetekende. Deze vorm van hybride literatuur – zo noem ik het maar even voor het gemak – luistert naar de naam”fanfiction”. Een Nederlandse term is er voor zover ik weet niet voor.

Ik hoor u zo langzamerhand denken, en ik zie u ongeduldig met de vingers op stoelleuning of tafel trommelen: Wat heeft dit in vredesnaam met een Haagse stadsgids te maken, en om welk boek gaat het nu eigenlijk?

De eerste vraag kan ik beantwoorden met een volmondig “alles”, zoals spoedig zal blijken. En op de tweede: het gaat om Pride and Prejudice, een boek uit 1813 van de Engelse schrijfster Jane Austen, een juweeltje uit de wereldliteratuur.

Dankzij die internationale ‘stamkroeg’ kreeg ik vanuit de hele wereld logees, IRL, ofwel in real life; vriendinnen uit Sydney en San Francisco, uit Atlanta en Berlijn en uit New York en Warschau… Die bevriende fanfiction fans moest ik uiteraard entertainen, en dat deed ik door hun zoveel mogelijk facetten van Den Haag te laten zien.

Spelenderwijs werd ik een volleerde gids en genoot van de bewonderende kreten als ik hen trots door ons mooie Den Haag liet wandelen, via het Lange Voorhout, dito Vijverberg, Vredespaleis en parlementsgebouwen naar winkelgebieden, horeca, musea (waarbij de Vermeers in het Mauritshuis steeds de hoogste ogen gooiden) en, niet te vergeten, het strand, de zee en de duinen.

Velen onder jullie zal het niet zijn ontgaan dat ik eind vorig jaar een roman heb uitgegeven: De Franse slag. Geïnspireerd door alle wandelingen speelt het verhaal zich grotendeels in Den Haag af en zullen Hagenaars diverse plekken herkennen. Daarnaast komt Parijs er uitgebreid in aan bod.

Over enige tijd zal ik een vervolgdeel publiceren dat eveneens in Den Haag speelt, maar dan niet in combinatie met Parijs als wereldstad, maar Londen.

De titel heb ik al bekend gemaakt: Josefiens Zevende Hemel, waarin Haagse Josefien op een ongelukkige manier in aanraking komt, letterlijk, met een wat stijve Brit...

©Renée Olsthoorn, 2018

Go Back

Comment