Renee Olsthoorn
Menu

Bed of roses

Renée Olsthoorn

Geen benauwder fobie dan claustrofobie...

Potver de potver, het slotje van het toilet draait niet open... Ik wrijf mijn handen droog aan toiletpapier en probeer het nog eens. Tevergeefs. Er is geen beweging in te krijgen. Het toilet heeft geen raam, en een deur tot aan de grond. Ik zit opgesloten in een ruimte van een bij een. Een tijdelijke cel. Als het peertje het maar niet begeeft, denk ik, want dan raak ik echt in paniek.

Als al mijn pogingen om het slotje open te draaien zijn mislukt, geef ik uit alle macht een trap tegen de deur. Hij wijkt geen centimeter, natuurlijk niet. Ik begin te transpireren, klotsende oksels, straaltjes zweet lopen van mijn voorhoofd omlaag, op hun weg mascara uit mijn wimpers meenemend waardoor mijn ogen beginnen te prikken. We zijn tien minuten verder. Ik schreeuw weer eens om hulp. Nutteloos. Het gebouw is verlaten. Het is lunchtijd en de conferentiedeelnemers zijn met zijn allen vertrokken naar een ander gebouw van het recreatiegebied in Twente waar de conferentie plaatsvindt en waar ook ik aan deelneem. Na mijn keel nutteloos schor geschreeuwd te hebben, haal ik een paar keer diep adem en neem me voor rustig te blijven, voor zover dat onder de omstandigheden mogelijk  is, en kalm te wachten tot ik iets hoor wat op menselijke aanwezigheid duidt.

En ja hoor, na een minuut of twintig hoor ik hakjes klikken op de plavuizen vloer van het conferentiecentrum. 'Help!' roep ik weer luidkeels. En nog eens. 'Help!'

'O jee,' hoor ik iemand in een onvervalst Herman Finkers accent zeggen. 'Is dat weer die vermaledijde deur?'

Ik ontplof... Lakse lieden daar in dat recreatiegebied. 'Dus jullie weten dit allang?' vraag ik de wanhoop nabij en bijna in tranen.

'Ja, maar geen zorgen, ik ga er gauw iemand bij halen.'

Uit pure woede geef ik de deur een trap... na.

Enfin, na een minuut of wat is de deur uit de scharnieren en ben ik uit mijn benauwde hok bevrijd. Ik begeef me naar de eetzaal in het andere gebouw, waar ik word begroet met een homerisch gelach. Ik schijn er totaal verwilderd uit te zien. Haren alle kanten op, doorgelopen mascara, enorme vochtplekken onder de armen... Als ik vertel wat er is gebeurd, krijg ik gelukkig wat medeleven.

Anyway, sindsdien sluit ik als het even kan een wc-deur nooit meer af, maar de claustrofobie die toch altijd al latent aanwezig was, heeft ernstige proporties aangenomen. Wel probeer ik bij iedere gelegenheid er dapper overheen te komen. Echt, ik probeerde een grot in België te bezoeken, tot de gids zei dat we zestig meter omlaag zouden gaan via een wenteltrap... Gelukkig kon ik op eigen gelegenheid de terugweg vinden. En ja, ik heb geprobeerd te kamperen, maar in een donkere tent krijg ik geheid een nachtmerrie en gil zodoende de gehele camping wakker...

Afgelopen week vond ik dat ik de strijd tegen de fobie weer eens moest aanbinden... Ik zou met twee gasten uit Amerika de Domtoren in Utrecht beklimmen. Mijn voornemen stond vast. Dapper volgde ik de gids de toren in. Eitje, maakte ik mezelf  wijs toen ze vertelde dat de klim 464 treden zou behelzen. De eerste trap met een breedte van een meter of twee nam ik huppelend, maar toen...

De volgende vrij steile trap was slechts een centimeter of vijftig breed, en daarvan zouden er nog vele volgen. Dat betekent dus dat de noeste klimmer in principe vastzit tussen degene die voor hem loopt en die achter hem loopt. En tja, het idee alleen al geen kant op te kunnen, was voor mij voldoende om naar adem te snakken en suizende oren, slappe knieën en een zwaar bonzend hart te krijgen... Kortom, ik dreigde in paniek te raken en maakte rechtsomkeert voordat de boel uit de hand zou lopen. Eenmaal buiten, in de open lucht, duurde het nog minstens een half uur voordat mijn benen niet meer zwabberden.

Claustrofobie is zoals zo veel fobieën volstrekt irrationeel, zeker, maar voor degene die er last van heeft zó ontzéttend náchtmerrieachtig écht! In de toekomst zal ik omgevingen die kunnen benauwen zoveel mogelijk vermijden, ertegen vechten helpt niet, keer op keer is dat gebleken. Ik geef het op.

©Renée Olsthoorn, 2018

 

 
 

Go Back

Comment