Renee Olsthoorn
Menu

Bed of roses

Renée Olsthoorn

Een moetje...

`Zullen we dan maar?' vraag ik mijn vriend op een druilerige zondagochtend aan het ontbijt, in bed. Ik laat mijn blik dwalen door onze woon- annex slaapkamer in een van onder tot boven onderverhuurd huis, terwijl we een interessante mogelijkheid voor een andere woningruimte aan het bespreken zijn.

 

`Ja, laten we dat dan maar doen,' antwoordt hij zonder lang te hoeven nadenken.

In feite heb ik mijn vriend zojuist een aanzoek gedaan. Romantisch is anders, maar wel origineel, nietwaar?

Trouwen? Iets doen wat anno 1972 echt hélémaal úít is...? We moeten wel! Daartoe gedwongen door gemeentelijke huisvestingsvoorschriften, waarin is gesteld dat een stel dat een níét vrijesectorwoning wil aanschaffen, dus een woning waarvoor een woonvergunning vereist is, gehuwd moet zijn. Een moetje dus, maar in een geheel andere betekenis van het woord dan die we gewend zijn.

En zo’n huis is binnen handbereik, een huis dat ons zou kunnen verlossen van onze vier bij vijf meter leefruimte waar we moeten eten, relaxen en slapen, en waar mijn vriend - pas afgestudeerd aan de kunstacademie - ook nog eens moet werken. Een huis waar we de keuken, wc en badkamer moeten delen met andere mensen. Een gehorig huis bovendien waar stelletjes en zelfs jonge gezinnen iedere te benutten vierkante meter vullen. Waar je ieder geluid wel móét verduren, van het doortrekken van de wc, via geren van trappen op en af tot gekreun tijdens de liefdesdaad van deze of gene, en waar je je begluurd voelt door de buren aan de andere kant van de smalle straat.

Ook al hebben we een jaar zorgeloos van de liefde kunnen leven, en deerde ons al die ongemakken niet, is het tijd voor wat meer ademruimte. Er ligt een kans. Voor negentienduizend gulden. Het huis is verhuurd, dat wel, vandaar de lage prijs. En volgens de Huurwet hebben de bewoners het recht om er voorlopig nog te blijven wonen, maar dankzij het vooruitzicht van zo’n huis creëren we als vanzelf een zekere tolerantie tegenover onze huidige woonsituatie.

Maar hoe doe je dat allemaal? Het kopen van een huis én het regelen van een huwelijk? We weten van toeten noch blazen. Mijn partner is tweeëntwintig, en ik ben pas negentien. Geld hebben we niet, onze verdiensten gaan tot de laatste cent op aan eten en huur. We verdienen zelfs zo weinig dat we niet eens een bankrekening hebben. Hoe komen we aan dat geld?

Een hypotheek? Die kunnen we in principe krijgen, tot een maximum van vijfenzeventig procent van de executiewaarde. Maar hoe zit het dan met het bedrag dat bij de overdracht op tafel moet komen? Hoe lenen we dat voor onze portemonnee nog steeds astronomische bedrag? Familie brengt uitkomst na een schuchter verzoek van mijn vriend. Het huis plus vergunning is rond, op het bewijs van onze echtverbintenis na...

O ja, we moeten ons trouwen nog organiseren! Het begint al goed. Op het stadhuis aan het Burgemeester de Monchy Plein in Den Haag melden we ons voor de ondertrouw, maar trekken abusievelijk een nummertje bij het loket ‘echtscheidingen’, een Babylonische spraakverwarring met de ambtenaar van de burgerlijke stand tot gevolg hebbend. Alles komt echter op zijn pootjes terecht. Er wordt, als ik me goed herinner, voor zowel de ondertrouw als de officiële trouwdag een datum vastgesteld. De eerste weet ik niet meer, de laatste natuurlijk nog wel.

We gaan naar huis en staan er verder niet meer zo bij stil. We zien wel... Maar tot onze niet geringe verbazing beginnen familie en vrienden allerlei moeilijke vragen op ons af te vuren:

`Waar vier je het?' `Wie zijn je getuigen?' `Heb je al een fotograaf ingehuurd?' `Ontwerpt B de uitnodiging zelf?' `Weet je al waar jullie op huwelijksreis heen gaan?' `Ringen al uitgezocht?' `Moeten je ouders nog voor jou tekenen, Renée?' 

En, last but not least...

`Weet je al wat je aantrekt?' 

Oei, eh... vieren? Gewoon in mijn ouderlijk huis, ruimte zat. Getuigen? O ja, nou, daar komen we wel uit. Een fotograaf? Veel te duur, we vragen een familielid wel die een goede camera heeft. De uitnodiging? We bellen de mensen die we erbij willen hebben gewoon. Huwelijksreis? Ringen? Eh, nee. Waar zouden we het geld vandaan moeten halen? Ouders die moeten tekenen? O, die maken er echt geen probleem van, ze hebben geen enkel bezwaar tegen hun toekomstige schoonzoon.

Enfin, na wat overleg hier en daar, zorgt de administrateur van mijn toenmalige werkgever bij wijze van huwelijkscadeau voor de trouwkaartjes, geschokt als hij is als ik hem mijn plan vertel om onze gasten telefonisch uit te nodigen. Een zwager zal zich ontfermen over de foto’s. Een van de broers van mijn partner, een horecaman, zorgt voor salades, kroketten en drank (veel drank) tegen een vriendenprijsje, en mijn ouders stellen ons hun huis beschikbaar. Verder nodigt mijn oudste zus ons uit met hen een weekje Drenthe te doen, bij wijze van huwelijksreis. Mijn outfit schaf ik aan bij Puck en Hans, jazeker, bij het beroemde echtpaar, in die tijd al heel populair met hun boetiek in de Prinsenstraat te Den Haag.

Hoe dan ook, alles is geregeld en nog prettig ook!

Tijdens de ondertrouwprocedure geven wij aan op de goedkoopste dag te willen trouwen - maandag zo blijkt. Verder verkiezen we een trouwboekje met plastic kaft à raison van twee gulden vijftig boven het duurdere van leer. Ten slotte melden we geen prijs te stellen op een toespraak van de ambtenaar van de burgerlijke stand. Het trouwen zelf vinden we al burgerlijk genoeg, en de formaliteiten moeten beslist niet langer laten duren dan strikt noodzakelijk.

Op de grote dag rijden we mee met de getuigen van mijn man, de fiets kunnen we dus een keertje thuis laten.

Enfin, zodra wij om beurten hebben beloofd elkander aan te nemen tot echtgenoten en getrouw alle plichten te zullen vervullen, die door de wet aan de huwelijkse staat worden verbonden, ofwel als wij elkaar ons jawoord hebben gegeven, spreekt de ambtenaar van de burgerlijke stand de volgende memorabele woorden:

`Gevolg gevend aan uw verzoek, geacht echtpaar, wens ik dat uw huwelijk zo lang mag duren als mijn toespraak kort moest zijn...'

Natuurlijk zullen we nooit weten, lieve lezer, of die hippie-achtige huwelijksvoorbereidingen en dito trouwdag er iets mee te maken hebben, maar de wens van de vriendelijke ambtenaar op maandag 29 mei 1972, alweer ruim zesenveertig jaar geleden (en op dezelfde dag dat Nixon en Brezjnev in Moskou het eerste Salt-verdrag ondertekenen), lijkt uit te komen.

©Renée Olsthoorn, 2018

Go Back

Comment