Renee Olsthoorn
Menu

Bed of roses

Renée Olsthoorn

Tippie, ons troetelkind, eh... ons troetelhondje

Tippie is op de kop af 5,5 jaar bij ons. Time flies when you're having fun! Dat we haar in het begin net zo min begrepen als een  pasgeboren baby blijkt wel uit onderstaand blogje dat ik schreef toen we haar net hadden...

“Moet je dat rare smekende fluittoontje tussen de jankjes door horen!”

“De bal ligt zeker weer onder de bank.”

“Of zal ze weer naar buiten moeten?”

“Maar ze is net uit geweest.”

“Ja, maar ze heeft nog niet gepoept.”

“Als ze nodig moet poepen, wordt ze eerder hyper, net zoals wij eigenlijk, en laat ze geen zacht zeurderige fluittoon horen.” (lacht.)

“Dan toch maar weer even naar buiten met haar? Voor de zekerheid?”

“Nee joh, ze ziet ons eten! Ze wil ook gewoon wat.”

“Ach ja, natuurlijk. Niet geven, hoor! Dan leert ze alleen maar bedelen... en ik weet niet of ik daar tegen bestand ben. Vrees het ergste...”

Ziehier een greep uit de conversaties die mijn hubby en ik zeer regelmatig houden sinds de komst van ons hondje Tippie. Een zes maanden oude kruising van een Nova Scotia Duck Tolling Retriever (jawel!) en, vermoedelijk, een teckel, naar het oordeel van kenners. Ze is beeldschoon. Maar desondanks zou ze met haar prachtig glanzende roodbruine vacht, zijdezachte lichtblonde buik en wollige bef, haar goudgroene ogen, pluimstaart en schattige flaporen op een door de tollervereniging georganiseerde wedstrijd onmiddellijk door de mand vallen, en als niet raszuiver gediskwalificeerd worden: veel te korte poten, veel te lange rug! Maar voor ons is ze het liefste en mooiste dier van de hele wereld.

Nu moet u weten dat ik een paar jaar lang een soort van psychologische oorlogvoering (in positieve zin) met mijn lief heb gevoerd om, na de dood van ons andere hondje, weer een hondje te verwerven. Hij wilde namelijk pertinent geen huisdier meer.

Hoe ik dat deed? Als we op onze wandelingen een hond tegenkwamen die ik leuk vond, stak ik mijn enthousiasme ervoor niet onder stoelen of banken (zeer tot genoegen van de eigenaren). Soms deed ik een poging op het gevoel van mijn lief te werken, en, toegegeven, helemaal niet in de haak, sneed ik voor de broodnodige bijval het onderwerp bij voorkeur aan in bijzijn van dochterlief, ook een groot hondenliefhebber... Verder hield ik hem subtiel de heilzame werking van honden op de gezondheid van de mens voor, zoals uit onderzoek zou zijn gebleken. Het mocht allemaal niet baten, hij was niet te vermurwen tot ik... op de site van het Haags Dierencentrum (waarop ik koppig bleef zoeken naar een hondje dat me aansprak) ‘Tippie’ ontdekte. Tippie! Dit moest wel een voorteken zijn. Die naam zou het hem doen...

Wijlen mijn lieve schoonmoeder placht ons oude hondje, dat ‘Pukkie’ heette, namelijk hardnekkig ‘Tippie’ te noemen. Ze was wat dovig en vergeetachtig, en de naam ‘Tippie’ bleef blijkbaar beter hangen dan ‘Pukkie’. Hoe dan ook, de herinneringen daaraan deed mijn man zwichten (en misschien ook wel een beetje mijn al dan niet subtiele gedram).

Tippie is nu bijna twee maanden bij ons, en we leren elkaar steeds beter begrijpen. Ze weet dat ik het heel hinderlijk vind als ze de riem als prooi ziet en ik haar grommend en al naar huis moet slepen, dus dat doet ze niet meer. Wij op onze beurt weten ondertussen dat ze heel veel van spelen houdt en behoorlijk behendig is! Vangt een tennisbal uit de lucht op alsof het niks is, en voor een stevige wandeling van ruim een uur draait ze haar pootje niet om.  De beeldentuin van het Haags Gemeentemuseum is een van haar favoriete plekken, en als we die richting opgaan, is het met recht: “hond, waar ga je met die mevrouw naartoe.” We moeten goed uitkijken wat ze op straat voor haar snuit krijgt, want ze verorbert rustig een boomtakje, een mosselschelp, rivierkreeftenschaar of vieze zakdoek. Verder is ze ambitieus genoeg om een enorme tak mee te slepen, als ze de kans krijgt. Het woordje ‘los’ ligt dan ook in mijn mond bestorven.

Echt geen wonder dat ik ’s avonds onder het acht uur journaal soms in slaap sukkel.

Eigenzinnig is ze ook: evenals ons andere hondje haalt ze haar neus op voor een speciaal gecreëerde hondenslaapplek, maar geeft ze de voorkeur aan een fauteuil van Le Corbusier en, ’s nachts, slaapt ze op ons bed aan het voeteneind, zijde baas.

Waaks! Ook dat, maar dat komt goed uit in onze inbraakgevoelige buurt. Ik heb zelfs het sms-toontje van mijn iPhone moeten veranderen, want iedere keer als het klonk (ding-dong), dacht ze dat het de deurbel was.

Hoe dan ook, daar waar mijn man slechts nadelen zag (verlies van vrijheid, uitlaten in noodweer, uitwerpselen rapen, modderpoten in huis,...) en ik alleen voordelen (gezelligheid, aaibaarheid, surrogaatkind, een wezen om overdag thuis tegen te praten dan dat alleen in mezelf te moeten doen, dat me bovendien achter mijn computer vandaan haalt...), zijn we het over één ding roerend eens: een leven met een hond is geen hondenleven!

©Renée Olsthoorn, 2013 herzien 2018

Naschrift:

Graag maak ik van de gelegenheid gebruik het Haags Dierencentrum te complimenteren met de manier waarop er met de hun toegewezen dieren wordt omgegaan. Voor mijn man en ik een hartverwarmende ervaring.

Van ieder beschikbaar dier is een uitvoerige beschrijving te lezen op de site, soms zelfs begeleid door een clip. Je kunt je dus vooraf goed informeren. Meld je je vervolgens voor een van de dieren aan, dan wordt je doopceel gelicht. Na invulling van een uitgebreide vragenlijst volgt een gesprek waarin je het hemd van het lijf wordt gevraagd, en op basis waarvan de medewerker of, in ons geval, medewerkster bepaalt of het dier bij de bewuste personen past, of die personen het dier datgene kunnen bieden wat het nodig heeft. De dieren hebben tenslotte vaak een nare ervaring achter de rug, die beslist niet voor herhaling vatbaar is. Als je het al niet was, raak je door deze werkwijze in ieder geval geheel en al doordrongen van het feit dat een dier een levend wezen is, en geen speelgoed dat je bij wijze van spreken kunt ruilen als het niet bevalt. Kortom, het dier staat altijd voorop, en je hebt het als ‘klant’ niet zomaar voor het kiezen. Een prima aanpak.

 

Go Back

Schattig verhaaltje

Reply

Mooie blogpost.

Reply

Dank je :-) x

Reply


Comment